ECLI:NL:RBDHA:2024:9527
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet-in behandeling neming asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. De rechtbank heeft het beroep behandeld op 12 juni 2024, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet aanwezig waren.
De rechtbank stelt vast dat Bulgarije inderdaad verantwoordelijk is, omdat eiser daar op 21 maart 2023 een asielaanvraag heeft ingediend en Bulgarije het terugnameverzoek van Nederland op 22 februari 2024 heeft aanvaard. Eiser voerde aan dat hij in Bulgarije mensonwaardig is behandeld, maar heeft dit niet aannemelijk gemaakt.
De rechtbank benadrukt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat het aan eiser was om te bewijzen dat Bulgarije niet aan zijn verplichtingen voldoet. Het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 29 februari 2024 bevestigt dat de beoordeling moet plaatsvinden op het moment van of na overdracht aan de verantwoordelijke lidstaat. Eiser heeft geen reëel risico op ernstige schade aangetoond.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en hoeft de staatssecretaris geen proceskosten te vergoeden. Eiser kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.