Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster], verzoekster
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoekster heeft bij besluit van 7 april 2022 een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 ingediend, welke door verweerder is afgewezen. Het bezwaar tegen deze afwijzing is op 6 oktober 2022 ongegrond verklaard. Verzoekster stelde beroep in tegen dit bestreden besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om de rechtsgevolgen van het besluit op te schorten totdat op het beroep is beslist.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening beoordeeld zonder zitting, conform artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Bij uitspraak van 20 november 2023 in een gerelateerde zaak (nummer NL22.21680) is reeds op het beroep beslist waarop dit verzoek betrekking heeft.
Daarom is de voorlopige voorziening niet meer nodig en wordt het verzoek als kennelijk ongegrond afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter K.M. de Jager op 10 juni 2024 en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het onderliggende beroep reeds is beslist.