ECLI:NL:RBDHA:2024:9512

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 juni 2024
Publicatiedatum
19 juni 2024
Zaaknummer
AWB 23-4628
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verlenging verblijfsvergunning zelfstandige wegens ontbreken mvv

Eiser, een Turkse nationaliteit dragende persoon geboren in 1980, heeft bij besluit van 10 januari 2023 een aanvraag ingediend voor verlenging van zijn verblijfsvergunning voor het verrichten van arbeid als zelfstandige. Deze aanvraag werd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen omdat eiser niet beschikte over een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en er geen vrijstelling werd verleend.

Eiser maakte bezwaar tegen deze afwijzing, maar dit bezwaar werd bij besluit van 13 april 2023 ongegrond verklaard. Vervolgens stelde eiser beroep in bij de rechtbank Den Haag tegen het bestreden besluit. De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld omdat het kennelijk ongegrond was.

De rechtbank oordeelde dat verweerder gemotiveerd heeft aangegeven waarom het bezwaar ongegrond is verklaard en dat eiser zijn gronden niet nader heeft onderbouwd in het beroep. De enkele verwijzing naar eerdere bezwaarschriften was onvoldoende om het besluit aan te tasten. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verlenging van de verblijfsvergunning is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 23/4628

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

V-nummer: [V-nummer]
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Inleiding

1. Bij besluit van 10 januari 2023 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser om verlenging van een verblijfsvergunning voor het verrichten van arbeid als zelfstandige afgewezen.
2. Bij besluit van 13 april 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
3. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het bestreden besluit.
4. Omdat het beroep kennelijk ongegrond is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

6. Eiser is geboren op [datum] 1980 en heeft de Turkse nationaliteit.
7. Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard omdat eiser niet beschikt over een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en verweerder geen aanleiding ziet om eiser daarvan vrij te stellen. De aanvraag van eiser is daarom niet inhoudelijk beoordeeld.
8. Eiser voert daartegen aan dat zijn aanvraag ten onrechte is afgewezen. Hij verzoekt daarbij de gronden van bezwaar als herhaald en ingelast te beschouwen.
9. De rechtbank stelt vast dat verweerder in het bestreden besluit gemotiveerd is ingegaan op wat eiser in bezwaar heeft aangevoerd. Nu eiser deze grond in beroep niet nader heeft onderbouwd en evenmin heeft aangegeven waarom de motivering van het bestreden besluit op deze punten onjuist is, kan de enkele verwijzing daarnaar niet leiden tot het daarmee door eiser beoogde resultaat. Deze beroepsgrond slaagt daarom niet.

Conclusie en gevolgen

10. Het beroep is daarom kennelijk ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van S.A. Sewratan, griffier, op 10 juni 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.