ECLI:NL:RBDHA:2024:9508

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 juni 2024
Publicatiedatum
19 juni 2024
Zaaknummer
AWB 23-8336
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:5 AwbArt. 6:6 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van beroepsgronden bij afwijzing verblijfsvergunning

Eiser diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 29 augustus 2022 werd afgewezen. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd op 6 juli 2023 niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser geen gronden voor het bezwaar had vermeld.

Tegen dit bestreden besluit stelde eiser beroep in bij de rechtbank Den Haag. De rechtbank beoordeelde het beroep zonder zitting en stelde vast dat eiser in het beroepschrift geen gronden had vermeld waarop hij het niet eens was met het besluit. De rechtbank gaf eiser meerdere kansen om dit te herstellen, waaronder een brief op 1 augustus 2023 en een aangetekende brief op 21 augustus 2023, maar eiser heeft geen gronden ingediend.

Omdat eiser geen verontschuldiging voor dit verzuim heeft gegeven, verklaarde de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Dit betekent dat het beroep niet inhoudelijk werd behandeld en het bestreden besluit in stand blijft. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig vermelden van de beroepsgronden.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 23/8336

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

V-nummer: [V-nummer]
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Inleiding

1. Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. Verweerder heeft bij besluit van 29 augustus 2022 de aanvraag afgewezen.
2. Eiser heeft op 15 september 2022 een bezwaarschrift ingediend. Bij besluit van 6 juli 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
3. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van verweerder van 6 juli 2023.
4. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

5. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, omdat eiser de gronden van het beroep niet heeft vermeld en dat verzuim niet tijdig heeft hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
6. Iemand die beroep instelt, moet in het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden. [1] Dat houdt in: zeggen op welke specifieke punten hij of zij het niet eens is met het bestreden besluit. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep niet-ontvankelijk verklaren. [2]
Heeft eiser de gronden tijdig vermeld?
7. Eiser heeft geen beroepsgronden vermeld in het beroepschrift. De rechtbank heeft eiser in haar brief van 1 augustus 2023 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen.
8. Gebleken is dat het op de brief van 1 augustus 2023 vermelde adres niet het juiste adres van eiser betrof. De rechtbank heeft eiser daarom in haar aangetekende brief van 21 augustus 2023 opnieuw verzocht om binnen vier weken alsnog de gronden van beroep in te dienen. Deze brief is verstuurd naar het adres zoals door eiser vermeld in het beroepschrift. Eiser heeft binnen die termijn geen gronden ingediend. Eiser heeft de beroepsgronden dus niet tijdig vermeld.
Is het niet tijdig vermelden van de gronden verontschuldigbaar?
9. Eiser heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.

Conclusie en gevolgen

10. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager , rechter, in aanwezigheid van S.A. Sewratan, griffier, op 10 juni 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit staat in artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb.
2.Dit staat in artikel 6:6 van Pro de Awb.