ECLI:NL:RBDHA:2024:9474
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag op grond van Dublinverordening wegens verantwoordelijkheid Zwitserland
Eiseres, een Turkse nationaliteit dragende asielzoekster, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen. Dit besluit was gebaseerd op artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en de Dublinverordening, waarbij Zwitserland als verantwoordelijke lidstaat was aangewezen. Eiseres stelde dat bij terugkeer naar Zwitserland sprake zou zijn van indirect refoulement naar Turkije vanwege haar connectie met de Gülen-beweging.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende concrete en algemene informatie had overgelegd waaruit blijkt dat het beschermingsbeleid in Zwitserland evident en fundamenteel verschilt van dat in Nederland. Ook het verschil in inwilligingspercentages van Turkse asielaanvragen bood geen voldoende aanknopingspunt. Daarnaast is door Zwitserland toegezegd dat eiseres toegang krijgt tot de asielprocedure, waardoor het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt.
Verder stelde eiseres dat vanwege haar gezinsband met haar vader, die in Nederland asielprocedure voert, haar aanvraag in Nederland behandeld had moeten worden. De rechtbank verwierp dit omdat er geen bijzondere omstandigheden waren om af te wijken van het Dublinprincipe en de procedure van haar vader nog niet was afgerond.
De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit terecht was genomen en verklaarde het beroep ongegrond. Eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en haar asielaanvraag wordt niet in behandeling genomen.