ECLI:NL:RBDHA:2024:94
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit college inzake terugvordering bijstand wegens onvoldoende onderzoek
Eiseres ontving tussen 2012 en 2018 bijstand in de vorm van een lening, met de voorwaarde medewerking aan het vestigen van een krediethypotheek. Het college vorderde € 77.200,20 terug wegens vermeende niet-medewerking. Na bezwaar en eerdere uitspraak van de rechtbank werd het oorspronkelijke besluit herroepen, maar het college nam geen inhoudelijk onderzoek naar de overgelegde stukken van eiseres.
De rechtbank oordeelt dat het college onvoldoende uitvoering gaf aan de opdracht om de stukken te beoordelen en vervolgstappen te bepalen, waardoor het bestreden besluit in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel. Het beroep tegen dit besluit wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd.
Het beroep tegen het dwangsombesluit, waarin het college stelt geen dwangsom verschuldigd te zijn, wordt ongegrond verklaard omdat het college binnen de wettelijke termijn een besluit nam na ingebrekestelling.
De rechtbank draagt het college op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak en de eerdere uitspraak. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres wegens het gegrond verklaren van haar beroep.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot herroeping van de terugvordering wordt vernietigd en het beroep tegen het dwangsombesluit wordt ongegrond verklaard.