ECLI:NL:RBDHA:2024:9382
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Wrakingsverzoek afgewezen wegens ontbreken van vooringenomenheid kantonrechter
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter vanwege het weigeren van een derde uitstel van de mondelinge behandeling van de hoofdzaak, waarin verzoeker wegens ziekte niet aanwezig kon zijn.
De wrakingskamer oordeelt dat een beslissing over het al dan niet verplaatsen van een zitting een procedurele beslissing is die niet als grond voor wraking kan dienen, tenzij sprake is van objectief gerechtvaardigde schijn van vooringenomenheid. Deze schijn is niet gebleken, mede omdat het niet ongebruikelijk is dat een derde uitstelverzoek wordt afgewezen om de voortgang van de procedure te waarborgen.
De wrakingskamer concludeert dat de kantonrechter geen blijk heeft gegeven van vooringenomenheid en wijst het wrakingsverzoek af. Het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond bij het indienen van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter wordt afgewezen wegens ontbreken van vooringenomenheid.