De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling om een minderjarige met complexe gedragsproblemen voor de duur van een jaar in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te plaatsen. De minderjarige verblijft al bijna vijf jaar in een gesloten setting, maar vertoont stagnatie in zijn ontwikkeling en is meerdere malen weggelopen. De instelling stelt dat een open voorziening niet passend is vanwege veiligheidsrisico's en het gedrag van de minderjarige.
De kinderrechter overweegt dat de huidige situatie schrijnend is en dat er geen concreet perspectief is op een passende vervolgplek binnen geslotenheid. De huidige accommodatie kan de benodigde zorg niet langer bieden; de minderjarige verblijft grotendeels afgezonderd zonder behandeling. Hierdoor is de gesloten machtiging niet langer effectief of geschikt om de problemen aan te pakken.
Hoewel er grote zorgen zijn over het gedrag en de veiligheid, acht de kinderrechter het verblijf bij de moeder, ondanks tekortkomingen in opvoeding en hulpverlening, op korte termijn de realiteit. De instelling wordt aangespoord om vanuit de voogdijrol een nieuw plan te maken met de moeder en de minderjarige. De machtiging wordt daarom afgewezen, met het oog op het creëren van nieuwe kansen voor hulp en behandeling.