Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.Het verzoek
4.Het verweer
5.De beoordeling
Stcrt.2015/12685) zijn daarvoor nadere regels gesteld (Ontslagregeling).
Rechtbank Den Haag
De werkgever verzocht de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer op grond van disfunctioneren en een verstoorde arbeidsverhouding. De werknemer was sinds 2009 in dienst als conciërge en kreeg meerdere verbetertrajecten aangeboden vanwege onder meer te laat komen en onvoldoende proactieve houding. Ondanks begeleiding en mediation bleef de arbeidsrelatie gespannen.
De kantonrechter stelde vast dat, ongeacht of sprake was van disfunctioneren, de arbeidsverhouding ernstig en duurzaam verstoord was. De werknemer beschuldigde zijn leidinggevende van discriminatie, wat de situatie bemoeilijkte. Mediation bracht geen oplossing en herplaatsing was niet mogelijk binnen een redelijke termijn.
De kantonrechter wees het verzoek tot billijke vergoeding af omdat geen sprake was van ernstig verwijtbaar handelen door de werkgever. De arbeidsovereenkomst werd ontbonden met ingang van 1 mei 2024 en de werkgever werd veroordeeld tot betaling van een transitievergoeding van €17.070,59, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 juni 2024. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 mei 2024 en de werkgever moet een transitievergoeding betalen.