ECLI:NL:RBDHA:2024:9198
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugkeerbesluit wegens onvoldoende motivering aanvraag humanitair tijdelijk verblijf
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende vreemdeling, heeft meerdere keren asiel aangevraagd en verblijft sinds 2018 in Nederland. Na afwijzing van zijn asielaanvraag en een eerdere intrekking van een terugkeerbesluit, werd op 28 maart 2023 een nieuw terugkeerbesluit opgelegd. Tevens werd het uitstel van vertrek ingetrokken en de Rva-verstrekkingen beëindigd.
Eiser had op 15 juni 2022 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning tijdelijk humanitair op grond van kinderbeschermingsmaatregelen, maar verweerder 1 had hier niet inhoudelijk op beslist. De rechtbank constateert dat het bestreden terugkeerbesluit niet expliciet of impliciet ingaat op deze aanvraag, wat een motiveringsgebrek oplevert en de belangen van eiser schaadt.
De rechtbank verklaart het beroep tegen het terugkeerbesluit gegrond en vernietigt dit besluit. Verweerder 1 wordt opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het beroep tegen de beëindiging van Rva-verstrekkingen wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege gebrek aan besluitvormend karakter. Het beroep tegen het intrekken van het uitstel van vertrek wordt eveneens niet-ontvankelijk verklaard. Eiser krijgt een proceskostenvergoeding van €2.187,50 toegekend.
Uitkomst: Het terugkeerbesluit wordt vernietigd en verweerder 1 krijgt acht weken om een nieuw besluit te nemen op de aanvraag humanitair tijdelijk verblijf.