ECLI:NL:RBDHA:2024:9192
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om urgentieverklaring wegens ontbreken spoedeisend belang dakloosheid
Verzoekster heeft een urgentieverklaring aangevraagd omdat zij en haar twee minderjarige kinderen dreigen dakloos te worden nadat de eigenaar van hun woning hen heeft verzocht deze te verlaten voor eigen gebruik. De aanvraag is door het college van burgemeester en wethouders van Den Haag afgewezen op grond van algemene weigeringsgronden en het ontbreken van een urgent huisvestingsprobleem.
Verzoekster betoogt dat de noodopvang geen geschikte oplossing is voor haar gezin, met name vanwege de impact op haar oudste kind die moeite heeft met wisselen van basisschool. Zij stelt dat de belangen van de kinderen onvoldoende zijn meegewogen en dat het besluit een motiverings- en zorgvuldigheidsgebrek bevat.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen sprake is van een spoedeisend belang omdat niet is gebleken van een concrete datum waarop het gezin de woning moet verlaten, noch van een juridische procedure tot ontruiming. Ook is niet uitgesloten dat verzoekster huurrechten heeft verworven. De voorzieningenrechter acht het bestreden besluit niet evident onrechtmatig en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
De uitspraak is gedaan op 21 mei 2024 en tegen deze beslissing staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een urgentieverklaring wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.