ECLI:NL:RBDHA:2024:9159
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ontbreken gegronde vrees voor vervolging bij dienstweigering en afvalligheid
Eiser, een Russische staatsburger uit Ingoesjetië, diende een opvolgende asielaanvraag in vanwege zijn weigering de militaire dienstplicht te vervullen en zijn afvalligheid van de islam. De staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, stellende dat geen gegronde vrees voor vervolging bestond.
De rechtbank bevestigde dat eiser dienstplichtig is, maar vond onvoldoende bewijs dat hij door dienstweigering oorlogsmisdrijven zou moeten ondersteunen, dat bestraffing onevenredig of discriminerend zou zijn, of dat hij onoverkomelijke gewetensbezwaren heeft. Daarnaast oordeelde de rechtbank dat de afvalligheid van eiser geen wezenlijk deel van zijn religieuze identiteit vormt en dat hij zich in Rusland kan aanpassen aan de heersende normen.
Op basis hiervan concludeerde de rechtbank dat de staatssecretaris de aanvraag terecht heeft afgewezen en verklaarde het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond.