Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, is sinds 15 september 2023 in vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59, eerste lid, onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van 27 december 2023 waarin de maatregel tot dat moment rechtmatig werd bevonden. De beoordeling richt zich daarom op de periode na dat onderzoek. Eiser voert aan dat de Marokkaanse autoriteiten nog geen laissez passer hebben verstrekt en dat het zicht op uitzetting is verminderd, maar de rechtbank acht dit onvoldoende reden om de bewaring op te heffen.
Verder stelt eiser dat een verlengingsbesluit had moeten worden genomen omdat de bewaring langer dan zes maanden duurt. De rechtbank verwijst naar haar eerdere uitspraak en oordeelt dat ook deze grond faalt. Daarnaast betoogt eiser dat hij vanuit bewaring niet kan meewerken aan het verkrijgen van documenten, maar de rechtbank stelt vast dat eiser niet actief werkt aan een oplossing en dat hij bekend mag worden verondersteld met zijn medewerkingsverplichting.
De rechtbank concludeert dat geen feiten of omstandigheden aanwezig zijn die het voortduren van de maatregel onrechtmatig maken. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.