Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
V-nummer: [V-nummer]
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser is op 31 mei 2024 in vreemdelingenbewaring gesteld na een periode van strafrechtelijke detentie van 1 mei tot 31 mei 2024. Eiser stelde dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend was geweest in het terugnameproces, omdat tijdens de strafdetentie geen uitzettingshandelingen waren verricht. De rechtbank erkent dat de staatssecretaris een inspanningsverplichting heeft en dat deze is geschonden, wat ook door de staatssecretaris werd erkend.
Desondanks oordeelt de rechtbank dat deze schending niet automatisch leidt tot onrechtmatigheid van de bewaring. Er is een belangenafweging gemaakt waarbij het risico dat eiser zich aan toezicht onttrekt en niet legaal terugkeert naar Polen zwaar weegt. Eiser had een besluit ontvangen om Nederland binnen een maand te verlaten, maar gaf hieraan geen gevolg. Ook was er twijfel over zijn medewerking aan terugkeer.
Na de inbewaringstelling heeft de staatssecretaris volgens de rechtbank voldoende voortvarend gehandeld door snel een terugnameverzoek in te dienen en een uitzettingsdatum te verkrijgen. De gronden voor de bewaring, waaronder het risico op ontduiking van toezicht en het niet naleven van verblijfsverplichtingen, zijn niet betwist en worden als zwaarwegend beoordeeld.
De rechtbank concludeert dat de maatregel van bewaring niet onrechtmatig is en verklaart het beroep ongegrond. Tevens wordt het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.