ECLI:NL:RBDHA:2024:8936
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag vanwege verantwoordelijkheid Kroatië ongegrond verklaard
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank heeft het beroep op 16 april 2024 behandeld en beoordeelt of het besluit rechtmatig is.
De rechtbank overweegt dat de staatssecretaris in beginsel mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, dat inhoudt dat lidstaten het unierecht en de grondrechten naleven. Eiser heeft onvoldoende concreet bewijs geleverd dat Kroatië zijn internationale verplichtingen niet nakomt of dat hij een reëel risico loopt op een schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro bij overdracht.
Eiser heeft ook aangevoerd dat hij traumatische ervaringen in Kroatië heeft gehad, waaronder mishandeling en opsluiting, en dat de staatssecretaris daarom artikel 17 van Pro de Dublinverordening had moeten toepassen. De rechtbank acht deze individuele omstandigheden niet voldoende bewezen om de overdracht aan Kroatië onevenredig hard te laten zijn. De rechtbank verwijst naar recente jurisprudentie waarin geen aanwijzingen zijn gevonden dat Dublinclaimanten slachtoffer worden van pushbacks.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het besluit van de staatssecretaris. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter P.J.M. Mol en griffier S.J. Valk op 23 april 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.