ECLI:NL:RBDHA:2024:8925
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Ketelaars - Mast
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid vrees voor vervolging in Turkije
Eiser, van Turkse nationaliteit, diende op 8 november 2022 een asielaanvraag in vanwege vermeende problemen met een familie in Mersin en zijn activiteiten voor de HDP. Verweerder wees de aanvraag op 7 mei 2024 af als ongegrond, mede omdat eiser onvoldoende aannemelijk maakte dat hij bij terugkeer een reëel risico loopt op vervolging of ernstige schade.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht de identiteit en activiteiten van eiser geloofwaardig achtte, maar dat niet is gebleken dat eiser in de negatieve belangstelling staat van Turkse autoriteiten. De vermeende vrees voor vervolging wegens HDP-activiteiten is niet met geringe indicaties aannemelijk gemaakt. Ook de vrees voor bloedwraak van de familie is onvoldoende onderbouwd, mede vanwege het langdurige tijdsverloop zonder incidenten en het herhaaldelijk terugkeren van eiser naar Mersin.
De rechtbank wijst erop dat eiser onvoldoende plausibel heeft gemaakt waarom de familie niet eerder wraak heeft genomen en waarom hij niet elders in Turkije bescherming zocht. Het beroep wordt ongegrond verklaard, het bestreden besluit blijft in stand en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.