Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser is op 3 april 2024 in vreemdelingenbewaring gesteld door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op basis van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser betwist de rechtmatigheid van deze maatregel en heeft beroep ingesteld, dat tevens wordt gezien als een verzoek om schadevergoeding. De bewaring is op 11 april 2024 opgeheven.
De rechtbank beperkt haar beoordeling tot de vraag of de bewaring voorafgaand aan de opheffing onrechtmatig was en of eiser aanspraak kan maken op schadevergoeding. De staatssecretaris heeft voldoende gemotiveerd dat de bewaring noodzakelijk was vanwege een concreet aanknopingspunt voor overdracht onder de Dublinverordening en een significant risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken.
Eiser heeft betoogd dat een lichter middel had moeten worden toegepast en dat hem onvoldoende concrete redenen voor de bewaring zijn gegeven. De rechtbank stelt vast dat de redenen wel degelijk aan eiser zijn uitgelegd en dat de bewaring proportioneel en noodzakelijk was. Ook is geoordeeld dat de staatssecretaris voldoende voortvarend heeft gehandeld bij de overdracht aan Zwitserland.
De rechtbank concludeert dat de maatregel niet onrechtmatig was en verklaart het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.