ECLI:NL:RBDHA:2024:8918
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep op verhoging uitkering Schadefonds Geweldsmisdrijven wegens psychisch letsel
Eiseres was tussen 2003 en 2021 slachtoffer van stelselmatig huiselijk geweld en verzocht om een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Verweerder kende een uitkering toe van €5.000,- op basis van letselcategorie drie van de Letsellijst. Eiseres stelde dat zij recht had op een hogere uitkering volgens letselcategorie vier wegens blijvend psychisch letsel en behandeling die niet aansloeg.
De rechtbank overwoog dat het beleid van het Schadefonds terughoudend wordt getoetst en dat letselcategorie vier alleen van toepassing is indien een diagnose is gesteld door een bevoegd hulpverlener en er sprake is van langdurige tijdelijke afhankelijkheid na behandeltrajecten. De aangeleverde medische informatie toonde aan dat eiseres een behandeling had gehad die werd beëindigd vanwege onhaalbare doelen, maar er was geen bewijs van langdurige afhankelijkheid of verdere behandelingen.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht categorie drie had toegepast en daarmee voldoende rekening had gehouden met de ernst van het letsel en de situatie van eiseres. Het beroep werd ongegrond verklaard en het besluit bleef in stand. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de hoogte van de toegekende uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.