Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 mei 2024 in de zaak tussen
de besloten vennootschap Hoogvliet B.V., uit Alphen aan den Rijn, eiseres
de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, verweerder
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
- er zijn aanwijzingen dat de afschermplaten aan de zijkanten van het rolpad niet goed hebben gewerkt en dat een winkelwagen daarop is blijven vasthaken. Desondanks is de invloed van de gebrekkig werkende afschermplaten niet onderzocht. Bij ThyssenKrupp, dat de werking van het rolpad heeft onderzocht, is ook geen navraag gedaan;
- de verklaring van het slachtoffer wekt twijfel over het tot uitgangspunt genomen scenario. Zij heeft verklaard bekneld te zijn geraakt tussen de wielen van een of meer winkelwagens, terwijl het boeterapport uitgaat van een beklemming tussen een wiel en het rolpad. Ook heeft zij aangegeven zich de situatie niet goed te kunnen herinneren. Het detail in haar verklaring, dat een winkelwagen overdwars op het rolpad heeft gestaan is ongeloofwaardig, omdat zij dan niet het einde van het rolpad had kunnen bereiken. Ten onrechte zag de Inspectie hierin geen reden tot nader onderzoek;
- uit de schade aan de schoen van het slachtoffer blijkt dat de voet niet tussen een wiel bekneld is geraakt, maar tussen het rolpad en de kamplaat aan de voorzijde;
- omdat een beknelling tussen het rolpad en de kamplaat aannemelijk is, had moeten worden onderzocht waarom het veiligheidsmechanisme niet heeft gewerkt;
- uit het keuringsrapport van het Liftinstituut komt naar voren dat de beschermkap bij de opstapplaats is beschadigd, waardoor haakgevaar ontstaat. Dit had reden moeten zijn tot onderzoek naar de mogelijke invloed van dit gebrek op het ongeval;
- er is geen rekening mee gehouden dat het ongeval ook kan zijn ontstaan door gebreken aan het rolpad, in welk geval de winkelwagens niet ter zake doen;
- er is geen aandacht besteed aan de door eiseres opgestelde RI&E en er is maar één leidinggevende gehoord.
- het ongeval was niet voorzienbaar. De kans dat een winkelwagen op het rolpad losraakt is nihil; het vastklikken van de wielen maakt dat onmogelijk. Bij een incident kan verder eenvoudig de noodknop worden ingedrukt. Er was dus geen reden rekening te houden met de onvoorzichtige beweging van het slachtoffer. Haar leeftijd maakt dat niet anders; deze werkzaamheden worden vaak door minderjarigen verricht, zij had de nodige ervaring en bij aanvang van haar dienstverband werd zij adequaat geïnstrueerd. Het slachtoffer heeft zelf het initiatief tot de onvoorzichtige actie genomen. Eiseres is ook niet de eigenaar van het rolpad en mocht ervan uitgaan dat het gebruik veilig was;
- evenmin was het ongeval te voorkomen. Het gevaar dat een winkelwagen blijft haken aan een afschermplaat was voor eiseres niet af te wenden, ook als de winkelwagens aan elkaar waren vastgezet. Bovendien zou ook in dat geval de mogelijkheid hebben bestaan dat het slachtoffer over de rolband naar voren was gerend. Daarbij was het vastmaken van winkelwagens tijdens het ongeval niet conform de geldende voorzorgsmaatregelen tegen de verspreiding van het coronavirus, op grond waarvan fysiek contact met materialen zoveel mogelijk moest worden gemeden;
- de door verweerder tot uitgangspunt genomen toedracht en oorzaak berusten op aannames die niet zijn aangetoond;
- eiseres heeft zich voldoende ingespannen om het ongeval te voorkomen dan wel te beperken. Er geldt binnen het bedrijf een algemene instructie tot veilig werken die onderwerp is van een basiscursus, waarvan het personeel kennis kan nemen via een digitaal portaal. De winkelwagens zijn bijzonder geschikt voor gebruik op een rolpad, dat is goedgekeurd en voor het publiek toegankelijk is. Ervaren medewerkers geven uitleg over de werkwijze bij het ophalen van winkelwagens en er geldt een instructie dat maximaal 15 winkelwagens per keer worden opgehaald.