Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Op 22 april 2024 is eiser in vreemdelingenbewaring gesteld door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld, dat tevens als verzoek om schadevergoeding wordt aangemerkt. De staatssecretaris heeft de bewaring op 7 mei 2024 opgeheven.
De rechtbank heeft op 21 mei 2024 de zaak behandeld en beoordeelt of de bewaring rechtmatig was en of eiser recht heeft op schadevergoeding. De gronden voor bewaring, waaronder het risico op ontduiking van toezicht en belemmering van uitzettingsprocedure, zijn niet betwist door eiser. De rechtbank concludeert dat de motivering van de staatssecretaris voldoende is en dat de maatregel tot het moment van opheffing niet onrechtmatig was.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.