ECLI:NL:RBDHA:2024:8897
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Oostenrijk volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
De rechtbank heeft het beroep op 23 april 2024 behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde afwezig waren. De staatssecretaris heeft een verzoek tot terugname bij Oostenrijk gedaan, dat is aanvaard.
Eiser stelde dat hij in Oostenrijk gedwongen was de asielaanvraag in te dienen en dat Nederland op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening de aanvraag had moeten behandelen vanwege zijn lidmaatschap van de Ahmadiyya-gemeenschap en de steun die hij in Nederland zou ontvangen.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er bijzondere, individuele omstandigheden zijn die overdracht aan Oostenrijk onevenredig hard maken. Ook is niet gebleken dat klagen in Oostenrijk onmogelijk of zinloos is. Daarom is het beroep ongegrond verklaard en blijft het besluit van de staatssecretaris in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.