Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 mei 2024 in de zaak tussen
[bedrijf] Transport B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
- 40% eis: de lengte van de laadruimte is 70 cm. De lengte van de laadruimte die geplaatst is voor het hart van de achterste as is 20 cm en daarmee minder dan de minimaal vereiste 40% van 70 cm is 28 cm.
- De lengte van de laadruimte voldoet niet aan de inrichtingseis. De hoogte van de cabine is 115 cm. De gemeten lengte van de laadruimte is 70 cm. Dit moet minimaal tweemaal 165 cm is 330 cm zijn omdat de cabine geen hoogte heeft van ten minste 130 cm. In dat geval moet de lengte van de laadruimte ten minste twee keer de lengte zijn van de cabine.
- De laadruimte is voorzien van:
Geschil9. In geschil zijn de naheffingsaanslag en de boete. Meer specifiek is in geschil of het voertuig is aangepast in de zin van artikel 33 van Pro de Wet mrb, of het voertuig voldoet aan de inrichtingseisen voor een bestelauto, of eiseres een kans op aanpassing van de auto of een waarschuwing had moeten krijgen en of sprake is van een schending van het gelijkheidsbeginsel. Verder stelt eiseres dat verweerder heeft gehandeld in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en dat de boete niet in verhouding staat tot de ernst van het verzuim.
2.1.6.2 Bestelauto met vermelding ’opleggertrekker’ of ’afneembare bovenbouw’
Beslissing
mr. W.M.M.A. van der Vegt, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
31 mei 2024.