ECLI:NL:RBDHA:2024:8729
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- D. Bruinse - Pot
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na afwijzing verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van 8 maart 2024, waarin de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft afgewezen als kennelijk ongegrond.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 22 april 2024 behandeld, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet zijn verschenen. De zaak werd samen met een andere zaak behandeld, waarop inmiddels een uitspraak is gedaan.
Gezien de uitspraak op het beroep in de andere zaak is een voorlopige voorziening niet meer nodig. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep reeds is beslist.