ECLI:NL:RBDHA:2024:872
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- S. Ketelaars - Mast
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak verblijfsdocument EU/EER
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsdocument EU/EER, welke door de staatssecretaris op 1 mei 2023 is afgewezen. Vervolgens verklaarde de staatssecretaris bij besluit van 23 september 2023 het bezwaar van verzoekster ongegrond. Verzoekster stelde beroep in tegen dit bestreden besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 15 januari 2024, waarbij verzoekster en haar gemachtigde afwezig waren. De staatssecretaris werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. De voorzieningenrechter oordeelde dat nu op dezelfde dag uitspraak werd gedaan in het hoofdberoep, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.
Er werden geen andere omstandigheden gevonden die het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigen. Ook was er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het hoofdberoep is behandeld en geen andere omstandigheden een voorziening rechtvaardigen.