ECLI:NL:RBDHA:2024:8702
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na uitspraak op beroep
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, die het verzoek als kennelijk ongegrond heeft bestempeld. Tegelijkertijd vroeg verzoeker om een voorlopige voorziening om het bestreden besluit tijdelijk buiten werking te stellen.
De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan. Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.15911), acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk.
Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen, en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.