ECLI:NL:RBDHA:2024:8671
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak op grond van Dublinverordening
Verzoekster heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen op grond van de Dublinverordening. De staatssecretaris stelde dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag omdat verzoekster daar reeds verblijft of behoort te verblijven.
Verzoekster heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat nu het hoofdberoep in een gelijktijdige zaak (zaaknummer NL24.16734) reeds is behandeld, er geen noodzaak meer is voor een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening daarom afgewezen en heeft geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is direct openbaar gemaakt. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het hoofdberoep reeds is behandeld.