ECLI:NL:RBDHA:2024:8657
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Zweden
De rechtbank Den Haag heeft op 3 juni 2024 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser beroep instelde tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. De staatssecretaris baseerde dit besluit op de Dublinverordening, omdat Zweden verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. De rechtbank behandelde het beroep samen met een verzoek om voorlopige voorziening, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet aanwezig waren.
Eiser stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten onrechte werd toegepast omdat hij risico loopt op indirect refoulement in Zweden en dat Zweden hem mogelijk wil uitzetten naar Afghanistan. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de Zweedse asielprocedure tekortschiet of dat er sprake is van een fundamenteel verschil in beschermingsbeleid dat het vertrouwensbeginsel zou weerleggen. Daarnaast stelde eiser dat de staatssecretaris advies had moeten inwinnen bij het Bureau Medische Advisering vanwege zijn psychische klachten, maar ook dit betoog werd verworpen wegens gebrek aan medische onderbouwing.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat het besluit van de staatssecretaris terecht is. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is openbaar en bevat informatie over de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.