ECLI:NL:RBDHA:2024:8639
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk na intrekking beroep tijdelijke bescherming
Verzoeker had beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 22 augustus 2023, waarin het recht op tijdelijke bescherming werd beëindigd per 4 september 2023. Verzoeker vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om het besluit tijdelijk te schorsen.
Op 27 februari 2024 kondigde de staatssecretaris aan het bestreden besluit te willen intrekken. Vervolgens trok de gemachtigde van verzoeker op 29 februari 2024 het beroep in de zaak NL23.28762 in. In de andere beroepszaak werden eveneens het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken.
De voorzieningenrechter oordeelde dat, nu het beroep was ingetrokken en er geen beroep meer aanhangig was, het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk was. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens intrekking van het onderliggende beroep.