ECLI:NL:RBDHA:2024:8631
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verlening aansluitende zorgmachtiging voor betrokkene met schizofrenie en middelengebruik
De rechtbank Den Haag heeft op 17 mei 2024 uitspraak gedaan in een zaak betreffende een verzoek tot een aansluitende zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Betrokkene, lijdend aan schizofrenie en een stoornis in middelengebruik, werd geconfronteerd met ernstig nadeel zoals lichamelijk letsel, psychische schade, maatschappelijke teloorgang en financieel verlies.
De officier van justitie verzocht om toewijzing van een aansluitende zorgmachtiging met diverse vormen van verplichte zorg. Betrokkene, vertegenwoordigd door zijn advocaat, voerde primair verweer tegen het verzoek en stelde dat het goed ging met betrokkene, die medicatietrouw is en afspraken nakomt. Subsidiair werd verzocht om alleen noodzakelijke en voorzienbare zorgvormen toe te wijzen. De casemanager bevestigde wisselend contact, medicatietrouw in de kliniek, maar minder thuis, en het risico op decompensatie bij middelengebruik.
De rechtbank stelde vast dat het ernstig nadeel voortvloeit uit de psychiatrische stoornis en dat eerdere zorg het recente voorkomen van incidenten verklaart. Gezien de ernst van de situatie, het middelengebruik en het risico op terugval achtte de rechtbank alle gevraagde vormen van verplichte zorg noodzakelijk, waaronder insluiting, toezicht en onderzoek aan kleding en woonruimte. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en de zorg is evenredig en effectief.
De zorgmachtiging wordt verleend tot en met 17 mei 2025, met als doel de geestelijke en fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en zijn autonomie te bevorderen. De beschikking is uitgesproken door rechter H.M. Boone tijdens een openbare zitting.
Uitkomst: De rechtbank verleent een aansluitende zorgmachtiging met diverse vormen van verplichte zorg tot en met 17 mei 2025.