ECLI:NL:RBDHA:2024:8595
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens prematuur ingediende ingebrekestelling asielaanvraag
Eiser heeft op 1 maart 2024 beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit op zijn asielaanvraag, die hij op 10 juli 2023 had ingediend. De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou oorspronkelijk op 10 januari 2024 eindigen, maar deze termijn is verlengd met negen maanden door de inwerkingtreding van het WBV 2023/3, waardoor de nieuwe beslistermijn op 10 oktober 2024 eindigt.
De rechtbank heeft geoordeeld dat de staatssecretaris voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de verlenging rechtsgeldig is, conform eerdere uitspraken van 19 april 2024. Hierdoor was de ingebrekestelling van 8 februari 2024 te vroeg ingediend, omdat de beslistermijn op dat moment nog niet was verstreken.
Op grond van artikel 6:12, tweede lid, van de Awb kan een beroepschrift pas worden ingediend nadat het bestuursorgaan in gebreke is gesteld en twee weken zijn verstreken. Omdat de ingebrekestelling prematuur was, is het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het uitblijven van een besluit op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard vanwege een prematuur ingediende ingebrekestelling.