ECLI:NL:RBDHA:2024:8572
Rechtbank Den Haag
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
De rechtbank Den Haag heeft op 27 mei 2024 het beroep behandeld van eiser tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. De staatssecretaris baseerde dit op de Dublinverordening, omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.
Eiser stelde dat Kroatië zijn verdragsverplichtingen niet naleeft en dat hij bij terugkeer een reëel risico loopt op onmenselijke of vernederende behandeling, waaronder mishandeling en discriminatie. Hij verwees naar eerdere jurisprudentie en rapporten om zijn stellingen te onderbouwen. De staatssecretaris verwees naar een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 13 september 2023, waarin werd bevestigd dat Kroatië als verantwoordelijke lidstaat kan worden beschouwd en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende objectief bewijs had geleverd om aan te tonen dat er sprake is van structurele tekortkomingen in Kroatië die een risico op onmenselijke behandeling opleveren. Ook was niet gebleken dat het klagen bij Kroatische autoriteiten zinloos is. De rechtbank concludeerde dat de staatssecretaris terecht heeft besloten de aanvraag niet in behandeling te nemen en dat de beroepsgronden niet slagen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag blijft in stand. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter N.M. van Waterschoot en griffier M.A. Postma.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.