ECLI:NL:RBDHA:2024:8522
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening maatschappelijke opvang wegens dreigende dakloosheid en onvoldoende onderzoek zelfredzaamheid
Verzoeker heeft een aanvraag voor maatschappelijke opvang op grond van de Wmo 2015 ingediend, die door het college van burgemeester en wethouders van Den Haag is afgewezen. Verzoeker maakte bezwaar en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
Tijdens de zitting op 23 mei 2024 werd duidelijk dat verzoeker, zijn echtgenote en hun minderjarige kind de opvanglocatie per 24 mei 2024 moeten verlaten, waardoor sprake is van dreigende dakloosheid. Verzoeker stelt niet zelfredzaam te zijn vanwege psychische klachten en schulden, en benadrukt de belangen van zijn kinderen, waaronder een dochter van 9 jaar die bij zijn ex-partner woont.
De voorzieningenrechter constateert dat het college onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de psychische problematiek, zelfredzaamheid en de belangen van de kinderen. Ook is de motivering van het primaire besluit gebrekkig. Daarom wordt het college opgedragen verzoeker en zijn gezin tot uiterlijk zes weken na de beslissing op bezwaar toe te laten tot maatschappelijke opvang. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en het college wordt opgedragen verzoeker en zijn gezin tijdelijk toe te laten tot maatschappelijke opvang.