ECLI:NL:RBDHA:2024:8520
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- A.M.A. Keulen
- E.A.W. Schippers
- R.E. Perquin-Joosten
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende vooringenomenheid
De wrakingskamer van de rechtbank Den Haag heeft op 3 juni 2024 het wrakingsverzoek van verzoekster tegen mr. D. Biever, rechter in de rechtbank, afgewezen. Verzoekster stelde dat de rechter de schijn van partijdigheid wekte door zijn houding tijdens de zitting, waaronder het stellen van gesloten en sturende vragen, het verkeerd interpreteren van haar standpunt en het niet stellen van vragen aan haar echtgenoot. Tevens wees zij op eerdere onwelgevallige beslissingen van dezelfde rechter.
De wrakingskamer oordeelde dat alleen verzoekster partij was in de betrokken zaken, waardoor het niet stellen van vragen aan haar echtgenoot niet onpartijdig was. De rechter had voldoende en kritische vragen gesteld aan verzoekster en de wederpartij, en verzoekster kreeg alle gelegenheid haar standpunt toe te lichten. Het stellen van confronterende vragen is inherent aan de taak van de rechter en vormt geen grond voor wraking.
Voorts is vastgesteld dat eerdere behandeling van zaken door dezelfde rechter, ook met onwelgevallige beslissingen, geen reden is om aan te nemen dat de rechterlijke onpartijdigheid schade lijdt. De wrakingskamer concludeerde dat geen bijzondere omstandigheden aanwezig waren die de objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid aannemelijk maken.
De wrakingskamer besloot het verzoek tot wraking af te wijzen en de behandeling van de zaken voort te zetten in de stand waarin deze zich bevonden ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.