ECLI:NL:RBDHA:2024:8503
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ambtshalve vervallenverklaring van uitspraak na intrekking beroep in vreemdelingenzaak
Verzoekster stelde op 2 oktober 2023 beroep in tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf nareis. Verweerder wees de aanvraag op 29 december 2023 af. Verzoekster trok vervolgens het beroep in met een brief van 11 april 2024 en verzocht om proceskostenvergoeding. De rechtbank wees op 18 april 2024 het verzoek tot proceskostenvergoeding toe.
De rechtbank constateerde echter dat zij op 18 april 2024 ten onrechte over het beroep had geoordeeld, terwijl het beroep op 12 april 2024 al was ingetrokken en de procedure daarmee was beëindigd. Dit vormde een ernstige, niet voor rectificatie vatbare fout die niet door een rechtsmiddel kon worden hersteld.
Daarom verklaarde de rechtbank de uitspraak van 18 april 2024 ambtshalve vervallen. Hierdoor vervalt ook de proceskostenveroordeling. De beslissing werd op 14 mei 2024 in het openbaar uitgesproken. Tegen deze vervallenverklaring staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de uitspraak van 18 april 2024 ambtshalve vervallen wegens intrekking van het beroep.