ECLI:NL:RBDHA:2024:8456
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening uitstel vertrek vreemdeling
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening door een vreemdeling die bezwaar heeft gemaakt tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om geen uitstel van vertrek toe te kennen op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De staatssecretaris handhaafde dit besluit bij het bestreden besluit van 1 maart 2024.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek buiten zitting en constateerde dat de rechtbank bij een gelijktijdige uitspraak op het beroep (zaaknummer NL24.13028) reeds een beslissing heeft genomen. Hierdoor is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, voorzieningenrechter, en is onherroepelijk omdat tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit tot weigering van uitstel van vertrek is afgewezen.