ECLI:NL:RBDHA:2024:8409
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring verzoek voorlopige voorziening asielprocedure Dublin
Verzoeker, van Algerijnse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris niet in behandeling werd genomen wegens verantwoordelijkheid van Duitsland volgens de Dublin-verordening.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb.
Eerder werd een aanverwant beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat verzoeker met onbekende bestemming was vertrokken en geen contact meer had met zijn gemachtigde, waardoor hij geen belang meer had bij beoordeling van het verzoek.
Gezien deze omstandigheden verklaarde de voorzieningenrechter ook het huidige verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.