ECLI:NL:RBDHA:2024:8322
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening verblijfsvergunning asiel wegens ontbreken belang
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Roemenië verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling van de aanvraag. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met de bodemzaak, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet verschenen. De rechtbank constateerde dat verzoeker met onbekende bestemming is vertrokken en dat zijn gemachtigde geen contact meer heeft met verzoeker. Hierdoor is komen vast te staan dat verzoeker geen belang meer heeft bij de beoordeling van het verzoek.
Op grond hiervan verklaarde de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van belang.