ECLI:NL:RBDHA:2024:8261
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat op grond van de Dublinverordening Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag.
De staatssecretaris heeft een verzoek tot terugname van de asielaanvraag bij Duitsland ingediend, dat door Duitsland is aanvaard. Eiser stelde dat zijn hoger beroep tegen de intrekking van zijn verblijfsvergunning nog in behandeling is en dat hij daardoor mogelijk nog internationale bescherming geniet. Hij baseerde dit op een pasje dat hij in verband met het hoger beroep had ontvangen.
De rechtbank overweegt dat de staatssecretaris in beginsel mag uitgaan van de juistheid van het claimakkoord met Duitsland. Eiser heeft onvoldoende bewijs geleverd dat er nog een beroepsprocedure loopt. De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en dat het besluit van de staatssecretaris in stand blijft. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.