Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[Naam], verzoeker,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 19 april 2024 waarbij de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de asielaanvraag niet in behandeling heeft genomen, omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen omdat de rechtbank bij mondelinge uitspraak op 24 mei 2024 het beroep heeft behandeld en het verzoek om een voorlopige voorziening daarmee overbodig is geworden.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek zonder zitting behandeld op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open, waardoor de beslissing definitief is.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter K.M. de Jager en openbaar gemaakt middels geanonimiseerde publicatie. De zaak betreft een bestuursrechtelijke procedure inzake vreemdelingenrecht bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van procesbelang.