ECLI:NL:RBDHA:2024:8209
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing woningvormingsvergunning wegens verbod in woningvormingsgebied
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een woningvormingsvergunning om zijn woning te splitsen in twee zelfstandige woningen. Verweerder heeft deze aanvraag geweigerd op grond van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019, omdat de woning in een gebied ligt waar woningvorming niet is toegestaan.
Eiser stelde dat er sinds 1951 al sprake was van twee woningen, maar de rechtbank concludeerde op basis van het dossier dat dit niet aantoonbaar was vóór 1 juli 2019. De omgevingsvergunningen voor de betreffende panden werden pas na deze datum verleend, waardoor het overgangsrecht niet van toepassing is.
De rechtbank oordeelde verder dat verweerder terecht de hardheidsclausule niet heeft toegepast, omdat er geen sprake was van uitzonderlijke persoonlijke omstandigheden die dit zouden rechtvaardigen. Het belang van behoud van een evenwichtige woningvoorraad met grotere woningen weegt zwaarder dan het belang van eiser.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard en eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de woningvormingsvergunning is ongegrond verklaard.