ECLI:NL:RBDHA:2024:8207
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om proceskostenvergoeding bij intrekking voorlopige voorziening
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de voorzieningenrechter het verzoek van verzoeker om vergoeding van proceskosten beoordeeld nadat verzoeker het verzoek om voorlopige voorziening had ingetrokken. Verzoeker vorderde dat de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zou worden veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
De voorzieningenrechter overwoog dat op grond van artikel 8:75a Awb een bestuursorgaan alleen kan worden veroordeeld tot proceskostenvergoeding indien het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk tegemoet is gekomen aan de indiener van het beroepschrift. In deze zaak was echter sprake van een procesvoorstel van de voorzieningenrechter zelf, waarbij verweerder had ingestemd met opschorting van de openbaarmaking.
Verder was het indienen van het verzoek om voorlopige voorziening niet noodzakelijk omdat verzoeker niet eerst had nagevraagd of verweerder bereid was tot opschorting, terwijl verweerder dit in bezwaar al had toegezegd. De voorzieningenrechter concludeerde dat geen sprake was van een situatie die recht geeft op proceskostenvergoeding en wees het verzoek af.
Uitkomst: Het verzoek om vergoeding van de proceskosten wordt afgewezen omdat geen sprake is van tegemoetkoming door het bestuursorgaan.