ECLI:NL:RBDHA:2024:8057
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na intrekking besluit tijdelijke bescherming vreemdeling
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 21 augustus 2023 aan verzoeker meegedeeld dat zijn tijdelijke bescherming volgens Richtlijn 2001/55/EG eindigt. Verzoeker stelde beroep in en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
Op 16 februari 2024 trok de staatssecretaris het bestreden besluit in, waarna verzoeker zijn verzoek om voorlopige voorziening introk en gelijktijdig vergoeding van proceskosten vorderde. De voorzieningenrechter oordeelde dat de intrekking neerkomt op een volledige tegemoetkoming aan het verzoek, omdat de rechtsgevolgen van het besluit feitelijk zijn opgeschort.
Daarom veroordeelde de voorzieningenrechter de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten, vastgesteld op € 875, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Tegen deze beslissing staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van € 875 aan proceskosten na intrekking van het besluit tijdelijke bescherming.