Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris.
Procesverloop
Overwegingen
8 januari 2024 prematuur is ingediend. Dat eiser in zijn gronden van beroep van 17 februari 2024 stelt dat het WBV 2023/3 op zijn aanvraag niet van toepassing zou zijn, is hier niet aan de orde. Ook zonder de verlenging van de beslistermijn met negen maanden op basis van het WBV 2023/3, is de ingebrekestelling van 8 januari 2024 prematuur ingediend. Het beroep voldoet daarom niet aan de vereisten voor het indienen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen, als bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.