ECLI:NL:RBDHA:2024:8010
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing proceskostenvergoeding na inwilliging asielaanvraag door bestuursorgaan
De zaak betreft het beroep van verzoeker tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Nadat verweerder alsnog een inwilligend besluit nam op 6 maart 2024, trok verzoeker het beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank oordeelt dat verweerder door het inwilligen van de aanvraag tegemoet is gekomen aan het beroep, waardoor op grond van artikel 8:75a Awb proceskosten kunnen worden toegewezen bij intrekking van het beroep. Gezien de lichte aard van de zaak en het beperkte belang hanteert de rechtbank een wegingsfactor van 0,5 op het standaardbedrag voor een professionele juridische hulpverlener.
De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 437,50 aan proceskosten. Er zijn geen andere kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. De uitspraak is gedaan zonder zitting op basis van de ingediende stukken.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van € 437,50 aan proceskosten aan verzoeker.