Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Syrische nationaliteit dragende persoon, diende een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, nam de aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat op basis van de Dublinverordening was vastgesteld dat Letland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is op Letland vanwege de slechte behandeling van asielzoekers aldaar, waaronder mishandeling en onvoldoende voedsel, en dat verweerder ten onrechte geen toepassing gaf aan artikel 17 van Pro de Vreemdelingenwet. Tevens stelde hij dat klagen of bescherming zoeken in Letland niet mogelijk is.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat dit in zijn geval niet kan. Letland heeft garanties gegeven dat de aanvraag conform Europese richtlijnen wordt behandeld. Eiser had tijdens het gehoor uitgebreid moeten verklaren over zijn situatie. De rechtbank concludeerde dat de persoonlijke omstandigheden geen bijzondere individuele omstandigheden vormen die overdracht onevenredig hard maken.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.