ECLI:NL:RBDHA:2024:7883
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublin Bulgarije
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, maar deze werd niet in behandeling genomen door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van de verantwoordelijkheid van Bulgarije volgens het Dublin-verdrag.
Tegen dit besluit is beroep ingesteld en tegelijkertijd is een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek samen met een gerelateerde zaak op 30 april 2024 behandeld, waarbij verzoeker niet aanwezig was.
De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat nu de hoofdzaak (zaaknummer NL24.14619) is behandeld en uitspraak is gedaan, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom is het verzoek afgewezen zonder toekenning van proceskosten.
De uitspraak is gedaan op 7 mei 2024 en is openbaar bekendgemaakt. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.