Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[naam verzoekster 1] , V-nummer: [V-nr.] , verzoekster I
[naam kind]
Rechtbank Den Haag
Verzoeksters hebben tegen twee besluiten van 16 november 2023 beroep ingesteld waarin de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de asielaanvragen niet in behandeling heeft genomen, met de reden dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van deze aanvragen. Verzoeksters vroegen tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan. Omdat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak (zaaknummers NL23.36314 en NL23.36310), is een voorlopige voorziening niet langer nodig.
De verzoeken om een voorlopige voorziening worden daarom als kennelijk ongegrond afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af omdat de hoofdzaak reeds is beslist.