ECLI:NL:RBDHA:2024:7811
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens ontbreken belanghebbendheid bij verzoek om omgevingsvergunning
Eiseres heeft een verzoek ingediend voor een omgevingsvergunning om een kantoorgebouw te transformeren naar tijdelijke studentenwoningen, een fietsenstalling te bouwen en een hekwerk te verplaatsen. Verweerder stelde het verzoek buiten behandeling omdat eiseres geen belanghebbende was, aangezien de gemeente als eigenaar geen privaatrechtelijke toestemming verleent en er geen civielrechtelijke procedure loopt om deze toestemming af te dwingen.
De rechtbank oordeelt dat eiseres inderdaad geen belanghebbende is omdat het aannemelijk is dat het bouwplan niet kan worden verwezenlijkt zonder privaatrechtelijke toestemming van de gemeente. De eerdere tijdelijke vergunning doet hieraan niet af. Het verzoek kwalificeert daardoor niet als een aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Awb.
Verweerder had het bezwaar van eiseres niet inhoudelijk mogen behandelen maar had dit niet-ontvankelijk moeten verklaren. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en voorziet zelf in de zaak door het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van belanghebbendheid.