ECLI:NL:RBDHA:2024:7770
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag op grond van de Dublinverordening. De rechtbank beoordeelt dit beroep zonder zitting en verklaart het ongegrond.
De rechtbank overweegt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waardoor Nederland mag aannemen dat Duitsland zijn verdragsverplichtingen nakomt. Eiser slaagt er niet in aannemelijk te maken dat het Duitse asiel- en opvangsysteem zodanige tekortkomingen vertoont dat hij een reëel risico loopt op een schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 EU Pro-Handvest. De verwijzing naar het AIDA-rapport en het ontbreken van gratis rechtsbijstand in Duitsland zijn onvoldoende om het vertrouwensbeginsel te doorbreken.
Ook is geen sprake van onevenredige hardheid in de zin van artikel 17 van Pro de Dublinverordening. De staatssecretaris heeft dit standpunt voldoende gemotiveerd. De rechtbank bevestigt dat de aanvraag terecht buiten behandeling is gesteld en wijst het beroep af. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag blijft buiten behandeling omdat Duitsland verantwoordelijk is.