ECLI:NL:RBDHA:2024:7764
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf bij pleegmoeder wegens ontbreken onaanvaardbare toekomst
Eiseres heeft een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aangevraagd om bij haar pleegmoeder te verblijven. De staatssecretaris wees deze aanvraag af omdat eiseres niet voldeed aan de voorwaarden uit artikel 3.28 van het Vreemdelingenbesluit 2000, waaronder het vereiste dat de pleegmoeder minimaal één jaar voor haar in het land van herkomst heeft gezorgd.
Eiseres stelde dat zij een onaanvaardbare toekomst in Ghana had, omdat haar verzorgende grootmoeder was overleden en overige familieleden onvoldoende zorg boden. Zij verwees naar haar verblijf op een kostschool en de hechte band met haar pleegmoeder. De staatssecretaris stelde dat de aanwezigheid van andere familieleden in Ghana voldoende zorg kon bieden en dat de zorg op afstand door de pleegmoeder niet volstond.
De rechtbank oordeelde dat eiseres niet voldeed aan de beleidsvoorwaarde dat de pleegmoeder minimaal één jaar zorg had verleend in het land van herkomst. Ook was onvoldoende gebleken dat de andere familieleden, zoals ooms, niet in staat waren de zorg op zich te nemen. De rechtbank vond de afwijzing van de aanvraag door de staatssecretaris daarom terecht en verklaarde het beroep ongegrond.
Eiseres kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak biedt inzicht in de strikte toepassing van het vreemdelingenbeleid bij mvv-aanvragen en de hoge bewijslast voor het aantonen van een onaanvaardbare toekomst in het land van herkomst.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de mvv-aanvraag.